Het woord ‘goesting’ werd in 2004 verkozen tot mooiste Vlaamse woord. Het eerbetoon dat het woord te beurt viel, is terecht. Goesting is lyrisch en vervangt zonder problemen pedante termen als ‘passie’ en ‘gedrevenheid’ of nietszeggende vernederlandsingen zoals ‘zin’. “Ik heb zin in een pintje”, klinkt alsof je er nog even zou willen over nadenken, terwijl “ik heb goesting in een pintje” direct de nodige nadruk legt op de gretigheid waarmee je het gerstenat wilt tot je nemen.
Lees meer…

Koning als je koopt, bedelaar als je klaagt

14 mei 2012

Ik geef u een beknopt verslag van wat mij de laatste maand overkwam als consument. Een, om weet ik veel welke reden, geërgerde winkeljuffrouw bij een bakker in Leuven snauwde me eerst af omdat ik in haar broodjesetalage keek, terwijl de broodjesverkoop gestopt was en verkocht me vervolgens een doosje verlopen pralines die veel te lang in de zon hadden gestaan. Een kassabediende van een grote electro- en boekenketen lachte me in het gezicht uit omdat ik de winkelactie 3 + 1 verkeerd begrepen had. Tot slot lik al meer dan een maand de financiële wonden van een debacle met de leverancier van mijn vaatwasser. Nadat de reparateur van het bedrijf mij en mijn echtgenote tot drie maal toe voor schut zette door ons te beschuldigen van oneigenlijk gebruik en vervolgens de machine niet gerepareerd achterliet, stuurde het bedrijf ons een rekening, terwijl het toestel nog onder fabrieksgarantie is. Het voorval leidde bovendien tot een over en weer gecorrespondeer, waaruit duidelijk blijkt dat de Marketing zich met de klachtenbrieven heeft beziggehouden: de eerste alinea is reclame voor het bedrijf, de tweede een onverbloemd nee op de simpele vraag om de machine te vervangen.

Het zijn droeve dagen voor de consument en een eenvoudige melding van bovenvermelde voorvallen op een van de social media is voldoende om te weten dat ik in dit soort verhalen helemaal niet alleen sta.

De klant is misschien nog koning, maar dan eerder letterlijk, zoals de koningen vandaag in de meeste monarchieën dat zijn: een ceremonieel figuur, dat met de nodige egards wordt behandeld wanneer hij zijn aankoop doet, maar achteraf wordt genegeerd en uit elk beslissingsproces wordt geweerd.

Hoe komt dat?

Laat me eerst zeggen dat ik niet geloof dat het de top van de meeste bedrijven aan goede wil ontbreekt. Integendeel. De mooie beleidsverklaringen van bedrijven liegen er niet om: elke ceo is er van overtuigd dat een bedrijf staat of valt met de relatie van zijn klanten. Miljarden van de bedrijfsomzetten gaan naar digitale systemen om aan beter klantenbeheer te doen en marketeers krijgen bakken ruimte en budget om klanten in kaart te brengen, klanten te bedienen met op hen toegespitste producten en klanten tijdig van antwoord te dienen, indien ze vragen hebben.

Het schoentje wringt bij de lagere echelons in bedrijven en organisaties. Zij die daadwerkelijk dagelijks in contact staan met de klant, hebben ofwel geen notie van wat de top van het bedrijf bezig houdt of gaan zo in zichzelf en hun eigen dagelijkse beslommeringen op dat een klantencontact of een klacht wordt ervaren als een overbodig blok aan het been. Klanten zijn per definitie dom, onwetend of lastig, terwijl dezelfde bediende die zijn ergernis op de klant projecteert, straks – als hij de deuren van zijn winkel sluit – zelf klant wordt en zich op zijn beurt zal ergeren aan de manier waarop hij als klant wordt behandeld. Het is, m.a.w., een vicieuze cirkel, die zich langzaamaan om de hals van ons allen sluit en elk menselijk respectvol contact verstikt.

Op een dag kreeg mijn vrouw een telefoon van de secretaresse van een ziekenhuis om te zeggen dat de ingreep die ze die dag zou moeten ondergaan, niet kon plaatsvinden. Het was acht uur ’s ochtends en mijn vrouw werd verwacht om negen uur. Toen mijn echtgenote de gerechtvaardige vraag stelde of het normaal was dat ze zo laat werd gewaarschuwd begon de secretaresse aan een half uur durende klaagzang over hoe erg haar werk wel was. Als klant blijf je dan beduusd en onbegrijpend achter met een gevoel van onzekerheid als cadeau.

Ik weet het, we gaan er prat op dat iedereen zijn goesting kan doen, maar laat ons vooral beseffen dat klantvriendelijkheid niet langer onderdeel uitmaakt van een slogan of geen commerciële ingeving is, maar een menselijke overweging. Respect, vriendelijkheid en behulpzaamheid zijn cruciaal in elke vorm van menselijke interactie.

  • Share/Save/Bookmark

Klantvriendelijkheid , ,

Humo’s Pop Pol

27 april 2012

Naar aanleiding van de verhalen over Pol Van Den Driessche in Humo, kwam ook de onfortuinlijke geschiedenis van de ogenschijnlijk warme en vriendelijke Jos Ghysen en Ireen Houben naar boven. Over het waarom van het plots opdoemen van deze afschuwelijke verhalen laat ik me liever niet uit, maar het feit is dat Humo zijn beloftes om aan meer onthullingjournalistiek te doen op een even lage manier waarmaakt als de veel belaagde concurrent Dag Allemaal. Daarmee is dan het deksel van een beerput gelicht, waarvan de stank nog lang in ons aller kleren zal kruipen. Had dit deksel moeten dicht blijven? Het is een moeilijke vraag, maar de geschiedenis heeft ons al wel geleerd dat het publiekelijk afstraffen van zondaars tot kwalijke taferelen kan leiden. Iedereen is tegen de doodstraf en stenigen is barbaars, maar met het woordelijk vernietigen van mensen hebben we net wat minder moeite.

Mijn vraag bij dit soort van berichten is waar de verantwoordelijken binnen de genoemde bedrijven zaten? Wat deden de vakbonden? Waar was het beleid? Leiderschap is immers meer dan het neerleggen van goede cijfers of het tijdig opleveren van de beoogde doelen. Echte leiders dragen waarden uit en treden streng en kordaat op tegen de uitwassen van de sociale omgang, zoals pesterijen of sexuele intimidatie. Laat ons mekaar niets wijsmaken: waar mensen samenwerken, is er ruimte voor machtsspelletjes, gekonkelfoes, ellebogenwerk en leugens. Bovendien lopen er overal figuren rond die hun eigen regels en wetten hebben, mensen die denken dat ze zich ongestraft alles kunnen permitteren. En helaas is niet iedereen even assertief. Een goed bestuur zorgt ervoor dat dergelijke uitwassen in de kiem worden gesmoord voor ze onaanvaardbare vormen aannemen. Goede bestuurders weten zich zelfs los van de tijdsgeest een correcte houding aan te meten. Als de entourage staat te kijken en niets doet, moeten de verantwoordelijken hard, objectief en rechtvaardig kunnen ingrijpen.

Meteen maaien we dan ook het gras onder de voeten van malafide persjongens weg, want vergeet het adagio dat dit soort van berichten zou worden gelekt in het belang van ’t algemeen. Als bedrijven en hun leidinggevenden het goede voorbeeld geven en streng optreden bij het minste vermoeden, heeft het volkstribunaal geen reden van bestaan, want hoe erg de feiten ook zijn die iemand heeft gepleegd, niemand verdient het om publiekelijk te worden gelyncht op basis van wat er in de pers is verschenen. Ik hoef geen journalisten als waakhond, maar dat impliceert dat iedereen zijn verantwoordelijkheid draagt.

Voorlopig doen we allemaal ons goesting en dat wordt op termijn onze ondergang.

  • Share/Save/Bookmark

Uncategorized , , , ,

Oude vrouwen die niets om handen hebben

15 december 2009

Niemand weet waar de dagelijkse drukte een mens naartoe leiden kan. Dat bedacht ik vandaag toen ik in allerijl en tijdens mijn middagpauze op zoek was naar een kapper in de stad. Morgen moet ik voor een publiek verschijnen en dan wil een mens proper zijn, nietwaar. Mijn plan om me nog snel een aanvaardbare coupe te laten aanmeten, was waterdicht. Ik kende namelijk een kapper in de stad, die ik vroeger – toen ik vlakbij werkte – regelmatig bezocht en die niet op afspraak werkt. Zo heb ik ze het liefst: het sociale leven gaat immers ten onder aan drukbezette mensen, bij wie je maanden vooraf een afspraak moet maken, maar die ’s avonds wel de tijd vinden om hun LinkedIn- of Facebookpagina bij te werken. Leve de kappers die het lot laten beslissen wie er bij hen binnenvalt en hoeveel ze zullen verdienen die dag. Nu ben ik niet de enige die het vrije initiatief van dergelijke kappers toejuicht, want toen ik arriveerde aan zijn deur, bleken er nog twee wachtenden voor mij en daar was mijn middagpauze niet op berekend. Ik had me met andere woorden verzoend met het feit dat mijn presentatie ‘en public’ met onverzorgde haardos zou gebeuren tot ik ontdekte dat in dezelfde straat nog een kapper was die niet op afspraak werkte. Zijn kapsalon was niet afgeschermd door gordijntjes en bij het binnenkijken zag je een schaars aangeklede ruimte, twee stoelen, een tafel uit puur sixtiesplastic en daarachter een jonge allochtone man die op zijn laptop de tijd aan het doden was. Het was wat onwerelds allemaal, alsof ik op vakantie in Turkije bij de barbier binnenstapte. Ik liet de Westerse borduur achter mij en drong binnen in de wereld van de gekleurde zelfstandige met een lichte tinteling in de buik. Alsof me iets vreemds ging overkomen. En dat was ook zo: de jongeman onthaalde vriendelijk en kordaat, stelde in gebroken Nederlands de normale kappersvraag (Hoe moet het geknipt worden) en begon aan de meest vreemde onderhoudsbeurt ooit. Hij deed alles wat mijn vaste friseur deed en meer, maar dan in omgekeerde volgorde: hij werkte van onder naar boven, gebruikte drie verschillende tondeuzen, hield het haar uit mijn neus en oren en net toen ik vermoedde dat hij zou stoppen, zei hij: “Ik ga afwerken. Wil ik nu je haar wassen?” Vreemd, heel vreemd, maar een ding had hij met de Westerse kappers gemeen: hij vertelde nodeloze prietpraat om me af te leiden van zijn handelingen. Of ik het erg vond dat hij het haar uit mijn oren wegknipte, omdat blanke mannen daar wel eens bezwaar tegen maken. Nee, zei ik en hij monkellachte: “Er zijn ook Westerse mannen die het haar uit hun oren laten wegknippen. Maar dat zijn oudere mannen, met een oude vrouw die niets meer om handen heeft en dan maar haar man gaat verzorgen.” Wat voor mijn nieuwe barbier een bron van vrolijkheid was, leek voor mij onbegrijpelijk. Was het werkelijk zo lachwekkend dat een vrouw op leeftijd haar man verzorgde? En is dat niet beter dan op leeftijd met je man gaan fitnessen of een of andere club op te richten die een deel van je prepensioen overmaakt aan hongerige baby’s uit belegerde landen?
Iedereen zijn goesting, maar oude vrouwen die niets om handen hebben mogen al mijn oorhaar komen scheren.

  • Share/Save/Bookmark

Uncategorized

Zwijgen kan niet verbeterd worden

10 december 2009

Willem Elsschot, mijn favoriete schrijver, hield niet van veel woorden. Hij is het enige literaire genie wiens verzameld werk voor iedereen behapbaar is, de enige scribent die er prat mag op gaan nooit een woord te veel geschreven te hebben. Geen wonder dat bovenstaand citaat van hem is, een citaat met twee betekenissen in een zin: zo kort kan dubbelzinnigheid zijn.
Bovendien kan je het moeilijk niet eens zijn met deze opmerking. Niet letterlijk, zwijgen kan immers niet verbeterd worden, en ook niet figuurlijk, want wat is er sterker dan de stilte? Het is zelfs belachelijk dat Stef Bos deze eigenste woorden ooit in een lied heeft verpakt. Neen, niemand vat de absurditeit van onze woordenkramerij beter samen dan die goede oude Elsschot met bovenstaand citaat.
Heeft u er al eens bij stilgestaan hoeveel woorden per dag wij samen uitkramen die geen zin hebben, woorden die mensen kwetsen, woorden die enkel draaien om ons gelijk te halen, woorden die we hadden kunnen vermijden als we er even vooraf over hadden nagedacht? Het zijn er ongetwijfeld veel te veel. Kranten en magazines staan vol met columns over seks, terwijl de mooiste seks nog altijd stil in mekaars armen wordt beleefd. Het Internet bulkt van de logs van mensen zoals ik die menen iets anders te zeggen hebben dan anderen. Liedjes bulken van de clichés. De overbodige e-mails zijn niet te tellen. We verdrinken sneller in de informatieberg dan in het ijswater van de smeltende gletsjers en het erge van al is dat we voortdurend worden gestimuleerd om op alles een antwoord te hebben.
Waarom ik dan uw tijd verspil met deze log? Het opzet van ‘Mijn Goesting’ is nu net tendensen aan te kaarten die de verkeerde kant opgaan. Tendensen, die het gevolg zijn van een maatschappij dat het individu op een voetstuk plaats en de groepsdynamiek negeert.

U doet uiteraard uw goesting, maar bij deze leg ik mijzelf even het zwijgen op.

  • Share/Save/Bookmark

Uncategorized , ,

Vroeger en later

9 december 2009

Hoe ik ertoe kom, weet ik eigenlijk niet, maar de laatste tijd heb ik de neiging om mensen rondom mij heen voor te stellen als kind. Zou die zenuwachtige betweter die gisteren voor mij in de frituur stond echt een schattige baby zijn geweest? En die overdadig geschminkte diva op rust, laatst op die receptie, zou zij er als kleuter werkelijk in geslaagd zijn haar moeder te vermurwen als ze voor de zoveelste keer niet vroeg naar bed wilde? Er wordt behoorlijk wat afgezanikt door ouders wanneer ze hun kinderen wijzen op de veranderingen die in de loop der jaren hebben plaatsgevonden, maar teruggaan tot onze peutertijd is altijd een fragmentarische beweging. Ik herinner me dat ik wel eens weende en dat ik altijd een manier zocht om mijn vijf jaar oudere broer even hard te pesten dan hij mij, maar ik ben al lang vergeten of ik schattig was of ergerlijk.

De omgekeerde denkbeweging maken we al helemaal niet. Geen enkele kleuter die zijn ouders het leven zuur maakt in de supermarkt door onbedaarlijk te wenen omdat hij dat flesje parfum niet op de grond mag laten vallen, heeft het vermogen stil te staan bij het feit dat hij of zij twintig of dertig jaar later in de rol van verbiedende volwassene zal gedrukt worden.

Op die manier ontstaat er een soort van tijdsvacuüm dat ons toelaat op de ene leeftijd uitspraken te doen die we ons later niet meer herinneren of waaraan we nooit meer willen herinnerd worden.

Vandaag stond ik in de krantenwinkel rustig mijn maandelijkse voorraad muziekmagazines in te doen toen plots naast mij een jongedame kwam te staan. “Die supercoole Megan Fox heeft zich valse tieten laten steken. Keistom, man,” zei ze, zich richtend naar haar vriendin die achter mijn rug stond, waardoor ik even van slag was, vast ervan overtuigd dat ze woord tot mij had gericht. Het meisje in kwestie zag er niet onaardig uit, maar verborg vakkundig het potentieel om een lelijke veertigster te worden. “Dit soort uitspraken zou een mens nooit doen als hij zich rekenschap zou geven van de veranderingen die plaatsvinden in zijn leven.” Als het meisje in kwestie later een carrière heeft uitgebouwd, getrouwd zal zijn of kinderen heeft of wat dan ook, zal ze zich Megan Fox dan nog herinneren? Of zal ze net blij zijn dat zij haar naturel heeft behouden, terwijl die bij Fox nog louter te detecteren valt in dat deel dat de plastisch chirurgen onaangeroerd hebben gelaten? Zal zij weerstaan hebben aan de lokroep van de esthetische verbeteraars?

Wie zal het zeggen? Iedereen doet zijn goesting maar, maar een teletijdmachine, zoals die van professor Barabas destijds zou heel wat uitspraken van mensen veranderen eens die mensen geconfronteerd zouden worden met zichzelf in het verleden of in de toekomst.

  • Share/Save/Bookmark

Uncategorized

Opvoedingstip

1 december 2009

Het is gek wat men soms onthoudt van een studiedag of een seminarie. Waarschijnlijk is het mijn geest die gauw afgeleid is, of misschien heeft het te maken met het feit dat op er zo’n dagen niet veel nieuws wordt verteld, maar ik onthoud meestal voorbeelden of uitspraken die weinig met het onderwerp van de dag te maken hebben. Begrijp me niet verkeerd: ik ben dol op dit soort van uitstapjes. Je herbront hoe dan ook en je gedachten zwerven in alle vrijheid uit naar datgene wat je nog allemaal zou kunnen verwezenlijken. Neem nu vandaag: ik was een van de ingeschrevenen op de studiedag voor woordvoerders in Kontich in Vlaanderens nieuwe trots: het bedrijf Alfacam, dat ver buiten onze grenzen de belangrijkste optredens en sportwedstrijden capteert en uitzendt.
De dag handelde over communicatie in crisistijd en ik kreeg dingen te horen die – permitteer mij deze vlaag van ijdelheid – ik al langer wist. Dat de pers door de vele bezuinigingen en de tegenwind van de nieuwe media niet langer in staat is zijn rol van professioneel doorgeefluik te spelen. Of dat de ‘prosumer’ (samentrekking van producent en consumer) vandaag de lakens uitdeelt via sms, mms, e-mail, weblogs, YouTube en andere nieuwe media. Dat boodschappen moeten afgestemd zijn op het begripsvermogen van een veertienjarige en dat journalisten eigenlijk nog steeds geen fluit begrijpen van het bedrijfsleven. Dat kranten alsmaar dikker worden en alsmaar minder informatie bevatten. Dat journalisten geen tijd meer hebben om hun bronnen te raadplegen of zinvolle contacten op te bouwen. Niet ik, maar onder andere Mia Doornaert, was verantwoordelijk voor enkele van deze uitspraken.
Wat ik echter meeneem na deze dag is een boodschap van Roel Van De Wiele, aan ons voorgesteld als entertrainer – heeft u de woordspeling?. VDW gaf in zijn interactieve sessie een boodschap van positivisme mee en gaf als voorbeeld een reactie op een slecht punt op het Kerstrapport van een kind. Wat doe je als ouder wanneer blijkt dat het rapport van je kind ok is, maar er een vak is dat duidelijk niet in het rijtje van goede resultaten thuis hoort. VDWs tip: je zegt niets over het slechte resultaat. Op die manier is de kans groot dat je kind er zelf over begint en zich honderduit excuseert. Wanneer er de volgende keer examens zijn, haal jij wel het resultaat boven. Je nodigt je kind uit, twee of drie dagen voor het examen, om even samen de stof door te nemen en je zegt: “We hebben nog iets in te halen.” Op die manier vermijd je dat je je kind in een negatieve spiraal meesleurt, maar laat je zien dat het onderwerp je wel nog steeds bezig houdt.
U doet natuurlijk uw goesting, maar we weten allemaal dat hou ouder we worden hoe schaarser de complimenten op ons afkomen en hoe minder men zich van ons schijnt aan te trekken. Zo blijkt uit een recente studie van mijn werkgever dat werknemers na drie jaar in hun job zichzelf niet meer zien groeien. Waarschijnlijk gaat de werkgever ervan uit dat men dan zijn job wel kent en dat men alleen nog moet reageren als men een slecht punt heeft. Zo gaat dat.

  • Share/Save/Bookmark

Uncategorized , , , , ,

Dank u, papa

27 november 2009

Licht briesje, zachte temperatuur en lichte donkere dreiging die zich vooralsnog niet manifesteert in regen. Na zeven werkdagen sporen leert een mens beter het weer te definiëren dan Frank De Boosere himself. Ik moet immers elke ochtend een korte wandeling maken tot aan het station en die mini-uitstap is voldoende als confrontatie met de natuurelementen. Vijf minuten in de plensende regen zijn er vijf te veel. Vandaar dat ik elke opklaring, elke lichte windstoot letterlijk ervaar als een geschenk uit de hemel, maar ik heb wel wat meer opgestoken van mijn trein- en busavontuur. De belangrijkste lessen zet ik hier even op een rij:
- Les 1: Busvolk is geen treinvolk: spoorpendelaars zijn doorgaans gesloten stille individuën met een duidelijk doel voor ogen. Voorzien van een – al dan niet gratis verspreide – krant of wat huiswerk nestelen ze zich in hun coupé, afgesloten van de rest van de wereld. Busgebruikers zijn heviger, praatzamer en reizen meestal in groep. Afhankelijk van de lijn die je neemt, praten ze openlijk over hun leven, hun zorgen en hun visie. Geloof het of niet maar ik heb vrouwen zowel horen praten over hun alcoholgebruik (als hij een pint drinkt, drink ik twee jenevers) als over het huiselijk geweld dat ze moesten ondergaan (ik zeg het niet meer tegen zijn moeder, want dan geeft zij hem slaag en moet ik het later op de avond uitzweten).
- Les 2: Met alle kritiek op de werking van het spoor en De Lijn in de media, valt het pendelen met het openbaar vervoer best wel mee. Buschauffeurs zijn getraind in vriendelijkheid (even dacht ik weer aan mijn studentenuitstap naar Londen) en op de trein kan je haast gratis reizen: geen enkele keer werd mijn treinticket gecontroleerd.
- Les 3: Automobilisten zijn even zielig als treinreizigers, want zij wachten soms langer om vooruit te geraken, zitten even opgesloten in hun pluche of lederen zetels en vrezen nog meer dan de pendelaar de sociale interactie.

- Les 4: Ik ben verwend.

Dat ik de keuze heb, dat ik een auto van het bedrijf heb, dat ik deze blog schrijf: ik heb het allemaal te danken aan mijn vader. Mijn vader, die zijn wortels heeft in nauwelijks omgeploegde grond, maar zichzelf krom heeft gewerkt om zijn zonen te laten studeren. Mijn vader die zich vertakt wist in een bekrompen omgeving, maar uitgroeide tot wie hij vandaag is. Mijn vader, die nu terecht in het verleden leeft, omdat de toekomst hem enkel nog het einde kan brengen. Mijn oprechte dank, papa.

Iedereen doet zijn goesting, iedereen leeft op zichzelf, maar niet iedereen kan keuzes maken. Als ik dat al kan, is hij daar mede verantwoordelijk voor.

  • Share/Save/Bookmark

Uncategorized

Geen bankencrisis in Zomergem

25 november 2009

“Mijn vrouw zit op Facebook.” Lap. Op een van de uiterst zeldzame momenten dat ik mijn hoofd nog eens in mijn stamcafé kan laten zien, ga ik uitgerekend op die plaats aan de toog zitten waar ook zo’n onverbeterlijke kankeraar zit, die eens lekker wil uithalen naar de boosdoener onder de sociale netwerken, Facebook. “Sinds zij op Facebook zit, is mijn privé-leven naar de haaien. Ik word aangesproken door mensen, aan wie ik liever niets over mezelf vertel, over dingen die ik laatst heb gedaan of niet gedaan. Telkens wanneer ik met mijn vrouw naar een feestje ben geweest, zet zij een op foto op het Net, waarover ik dan weer twee dagen later wordt aangesproken. Echt, ik heb er genoeg van.” Het lijkt me wijselijk niet op de monoloog te reageren en neem resoluut mijn Duvel mee naar een andere zitplaats.
Facebook is niet aan mij besteed, maar daarbij wil ik meteen zeggen dat ik mezelf altijd als een ‘late adaptor’ heb gezien. Ik was beslist een van de laatste mensen aan wie de bankinstellingen een credit card hebben kunnen verlappen. Pas toen kantooruren steeds werkonvriendelijker werd zag ik mij genoodzaakt toe te geven aan de al lang ingeburgerde trend. Vandaag doe ik al mijn bankverrichtingen via het Web en net nu promoten sommige bankinstellingen weer dat ze – weliswaar op afspraak – tot zeven uur open zijn.
Jarenlang hield ik vast aan mijn oude 33- en 45-toeren vinylplaten. Cd’s leken mij ongezellig, onhandig en lelijk. Toen ik mijn halve collectie vinyl had verkocht en een monsterlijk muur met plastic doosjes had weten op te bouwen, bleek de cd-markt in te storten en vinyl een hebbeding te zijn. Vandaag loopt iedereen met koptelefoon op naar iPods en MP3s te luisteren, terwijl ik aanstaar tegen 18 zelfbouw cd-rekken van een Zweedse meubelketen.
Dit soort van anekdotes uit mijn eigen leven – en het feit dat ik ouder en nog dwarser ben geworden – hebben mijn terughoudendheid t.o.v. nieuwe technologieën niet veranderd. Wel integendeel: ik blijf de kat uit de boom kijken tot de tijd mij bewijst dat ik gelijk had. Het is dit soort van engelengeduld dat mij ervan weerhoudt op Facebook te gaan staan. Ook mijn vrouw is een Facebook-gebruiker en ik zie hoe zij er handig gebruik van weet te maken voor zichzelf, voor haar bedrijf en voor haar connecties. Aan de zijlijn kijk ik toe, stilletjes hopend dat mensen weer op een bankje in het park gaan zitten om contact te leggen met toevallige passanten of dorpsgenoten.
In het Vlaamse dorpje Zomergem lijkt een nieuw initiatief mijn afwachtende houding aan te moedigen. Het dorpje is bezaaid met zitbanken, waar mensen elkaar weten te vinden. Omdat de inwoners zelf vragende partij waren voor meer zitbanken, stelde een gemeenteraadslid van Zomergem voor aan haar inwoners peter of meter te worden van een bank. In ruil voor 300 € krijgt een gulle schenker een bank met naamplaatje. Deze praktijk schijnt trouwens al wijd verspreid in Groot-Brittannië, Canada en de VS. Een reportage over dit initiatief in Man Bijt Hond ontlokte een van de Zomergemse bankzitters de uitspraak: “Hier is geen bankencrisis.” Plots dacht ik: het leven kan eenvoudig zijn: geen Facebook, wel een bank en geen bankencrisis.
Ik laat graag iedereen zijn goesting doen, maar voorlopig blijf ik nog even wachten vooraleer ik me inschrijf in de Facebook-gemeenschap en kijk ik uit naar een bredere verspreiding van de bankenpeterschapsrage.

  • Share/Save/Bookmark

Uncategorized , , ,

Wast u

19 november 2009

Aaah, mijn autoloze dagen hebben een aanvang genomen en wat was ik goed voorbereid op de ontspanning die mij volgens de NMBS-spotjes te wachten stond: geen files, geen burlesk uithalende en hevig gesticulerende automobilisten, geen risico op stomme aanrijdingen met blikschade, geen gedoe. Voor een tijdje ook geen radio, maar muziek zit bij mij niet in een iPod of elders op de oren, maar in mijn hoofd en het nieuws vind je ook in (gratis) kranten, zij het met een dag vertraging. Maar goed, ik was zo ‘zen’ al een mens kan zijn en ook de prijs voor een bus- en treinkaart voor dit avontuur van tien dagen (samen zo’n ruime 50 Euro) kon mij niet ontmoedigen.
Dat was zowat de stemming tot ik mij vanochtend achteloos naast een man, gehezen in een los hemdje, op de trein droptemdje. Me zo onbeschaamd naast een vrouw ploffen, zit niet in echt in mijn natuur: de zitjes in treinen zijn al niet zo ruim en als man ben je snel getaxeerd als pervert of geniepigaard. Een man dus, iemand die zo druk doende en lelijk is dat hij geen gevaar vormt voor een verstrooiing van welke aard ook. Een man? Nee, verdomme, een stinkerd! Een ongewassen, naar veertien lijfgeuren stinkende stinkerd. Verstikt door zijn aroma keek ik angstig rond mij, speurend naar een andere vrije plaats, maar het was te laat. Ik kon niet meer weg. De penetrante, zurige zweetgeur drukte me als een pletwals tegen de zetelrug. Hier moest ik het vijftien minuten lang mee doen. Vijftien onnatuurlijk lange minuten.
“Dit kan niet!”, schreeuwde mijn getergde brein. Ik kan er echt niet bij dat iemand die zich in het openbaar beweegt, ’s ochtends de moeite niet neemt om zich op te frissen. Een parfum hoeft niet eens: gewoon water ware genoeg geweest. Hoewel. Zoals ie nu rook, was een weekbeurt misschien eerder aangewezen.
U doet natuurlijk allemaal uw goesting, maar als u morgen de trein neemt, kunt u dan een uurtje vroeger opstaan en u wat wassen. U doet mij en vele anderen een groot plezier. Dank bij voorbaat.

  • Share/Save/Bookmark

Uncategorized , ,

Zonder rijbewijs

27 oktober 2009

Vandaag op de radio bij Peeters en Pigalle: het onverantwoord rijgedrag van taxichauffeurs. Blijkbaar is er zeer weinig aan te doen, of wordt er weinig aan gedaan, wanneer een taxibestuurder door het rood knalt, verkeersobstakels negeert of – godbetert – dronken achter het stuur zit.
Een kleine twee jaar geleden reed ik in alle haast naar een afspraak in Tienen over de E40 richting Luik. Hoewel ik dringend een afspraak diende in te vullen, reed ik de reguliere 120 km/uur. Zoals wel vaker gebeurt de laatste tijd, werd plots de weg versmald door werken. Nog snel voor de weg begon te versmallen, waagde ik mij aan een inhaalmaneuver. Te laat zag ik het bord dat ons moest wijzen op een aangepaste snelheid van 70km/u en de flits in mijn rug verried onraad.
Het noodzakelijke proces verbaal volgde, maar in plaats van met alle mij toegedichte fouten zomaar akkoord te gaan, besloot ik enige uitleg toe te voegen aan hetgeen zich had afgespeeld. Dat ik daarmee een machinerie zonder weerga had in werking gesteld, wist ik toen niet, maar om lang verhaal kort te maken, vat ik graag samen wat hierop volgde: een nieuw proces, waarop ik opnieuw dezelfde uitleg schreef, een uitnodiging bij de politie om nog eens dezelfde uitleg over te doen – de politieman in kwestie sprak van een formaliteit – en vervolgens een uitnodiging tot een echt proces. Dat laatste sloeg ik in de wind: geen haar op mijn hoofd dat er aan dacht een dag vakantie te nemen om opnieuw dezelfde uitleg te geven.
Gisterenavond kreeg het verhaal zijn venijnige staart. Ik zal binnen de maand mijn rijbewijs moeten indien en er wacht mij een fikse boete.
Gerechtigheid is my middle name, maar waarom voel ik ze dan hier niet? Ik heb een verklaring ingediend die mijn overtreding verklaard en word nu dubbel gestraft. In het licht van de verhalen van de taxichauffeurs van vanmorgen, word ik hier een beetje ziek van. Is er trouwens iemand die een vergoeding voorziet voor werkgevers die in crisistijd aan hun werkgever moeten zeggen dat ze veertien dagen niet mobiel zullen zijn?
Iedereen zijn goesting, maar iets over twee maten en twee gewichten dringt zich op.

Nog even dit: de laatste tijd spoort de NMBS ons via de radio aan de wagen en de files te ruilen voor een overvolle coupé van de trein. Ik doe er mijn goesting mee.

  • Share/Save/Bookmark

radio , , , , , ,